Calvijn en het kapitalisme
Bron: Wiki
Een relatie die ook vaak gelegd wordt is die tussen Calvijn en het kapitalisme, als zou het kapitalisme bevorderd zijn door de leer van Calvijn. Menigeen zegt dat het gedachtegoed van Calvijn verband houdt met de opkomst van de moderne markteconomie o.a. doordat Calvijn het nemen van rente legitiem achtte. Men wijst daarbij op de stelling van de bekende socioloog Weber, dat de herkomst van de geest van het kapitalisme gezocht moet worden onder andere in de door het calvinisme geïnspireerde waarden als spaarzaamheid en vlijt. Daar is een hele discussie op gevolgd, die ook nu nog niet beslecht is. Zo betoogt bijvoorbeeld de anglicaanse theoloog Alister E. McGrath dat het kapitalisme dat Weber voor ogen had een speciale vorm van kapitalisme was, namelijk die van Engelse calvinisten uit de 17e en 18e eeuw. Die verschilt uiteraard nogal van het moderne kapitalisme.
Sommige historici hebben daarnaast betoogd dat kapitalisme als zodanig al veel ouder is dan Calvijn.
Calvijns bevordering van het kapitalisme wordt vaak opgehangen aan zijn loslaten van het renteverbod. Maar daarmee is niet alles gezegd. De econoom Uitermark haalt in een belangrijke VU-rede de uitspraak van een Engels geestelijke aan volgens welke Calvijn met de rente omging “zoals een apotheker met vergif”. Want wat de legitimering van rente bij Calvijn betreft: rente moet in de lijn zijn van wat recht en billijk is en naar de regel van Christus: alle dingen die gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hen evenzo. En het algemeen belang dient daarbij een belangrijk perspectief te zijn. Bij financiële hulp aan armen mocht geen rente worden gevraagd! De soberheid die de rijke daarbij dient te betrachten heeft als doel: niet zoveel mogelijk investeren, zoals wel gesteld is, maar helpen in de nood van de naaste. Men vindt dat bijvoorbeeld terug in zijn uitleg van het 8e gebod in de (korte) Institutie van 1536 :
“Wij mogen geen onkundige mensen in zaken en contracten bedriegen; en evenmin mogen wij met enige vorm van list en bedrog onze hand leggen op de goederen van anderen. En niet alleen dit, maar wanneer zij door geldelijke problemen worden bezwaard zullen wij deel hebben aan hun nood en hun gebrek met onze overvloed verlichten.”
In (Calvijns) Catechismus lezen we t.a.v. het 8e gebod: Aangezien de Wetgever geestelijk is, spreekt Hij niet alleen van uitwendige roverij, maar ook van ondernemingen, wensen en overleggingen om ons te verrijken ten koste van onze naaste. Calvijn heeft zich in beschouwingen over de monarchie verzet tegen opeenhoping van macht, kapitaal en bezit. En Selderhuis laat zien hoe sterk Calvijn zich verzet heeft tegen het in zijn dagen zich verder ontwikkelende kapitalisme en hij stelt dat men Calvijn onmogelijk tot vader van het kapitalisme kan maken: “Wij zijn geen bezitters maar uitdelers.”