Let op: opent in een nieuw venster Afdrukken

Amsterdam-Spinozawandeling ‘Evolutie van de geest’


WapenEglentier


BLAZOEN AMSTERDAMSE REDERIJKERSKAMER

d’EGELANTIER ‘IN LIEFDE BLOEYENDE’                                  

Op Spinoza's zegel (zie rechts) staat een egelantier: de naam van de roos, links in het blazoen van Rederijkerskamer d'Egelantier. De bloemen van de egelantier worden door insecten bestoven. De vruchten (rozebottels) worden door allerlei dieren gegeten. In een bosschage met egelantier nestelen vele vogels. De egelantier symboliseert in de literatuur vanouds zowel de hemelse als de aardse liefde.



LINKS VOORAL AMSTERDAM in de 16e en 17e eeuw belangrijkste Amsterdamse locaties groen!

Algemene kaart met genummerde locaties Korte lijst locaties en onderwerpen Uitgebreide lijst met toelichting

NUMMERS LOCATIES AMSTERDAM ONDERWERPEN
1 Nes 45, Brakke Grond Inleiding
2 Beurspoortje/Rokin Beurs, boekwinkels
3 *∆
Dam Politieke toneel, Nieuwe Kerk, * ∆ Stadhuis
1 *g
Nes 45, Brakke Grond
Rederijkerij/toneel op straat/Vondel
1 *g Oude Zijds Voorburgwal 282-296/Nes 45
Determinisme/~ g Descartes
9 *ÏÏ
Oude Zijds Voorburgwal 231 Behoefte aan wetenschap
10 *g
 Oude Zijds Voorburgwal 300 Gevelstenen/(geld)moraal
6 *∆TT
Begijnhof Positie niet Calvinisten: Katholieken
7 Spui/Singel 452 (tLam) en Singel 118 (de Zon) Positie niet-Calvinisten: Lutheranen, doopsgezinden
11 Waterlooplein Positie niet-Calvinisten: sefardische Joden
5 Kalverstraat (nabij Begijnhof), Westermarkt 6 Ondergedoken geleerden


1a. INLEIDING BIJ WANDELINGEN AMSTERDAM SPINOZA (Bij Brakke Grond, Nes 45)

kaart1648_2gebieden952

De wandeling 'Amsterdam Spinoza' voert door het omcirkelde gebied op de KAART UIT 1649 (links) ten zuiden van de Dam langs de 'geestelijke' beeldenstorm, die in de 16e en 17e eeuw in Amsterdam plaatsvond. Verder langs het Singel aan de westzijde van Amsterdam. Oude ideeën waren niet meer vanzelfsprekend, zoals over het bestaan van een hiernamaals waarin je gestraft kon worden, of dat de mens door de zondeval van nature slecht zou zijn. Spinoza (1632-1677) zal tussen zijn 17e en 30e jaar, dus grofweg de periode 1649-1661, vaak hier in de Nes en omgeving zijn geweest, eerst als handelaar en later moet hij hier ergens hebben gewoond. Verder woonde hij aan het Singel en kwam in de Dirk van Hasseltsteeg bij zijn uitgever Rieuwertsz. Beïnvloed door wat hij zag en meemaakte in Amsterdam en vanuit zijn gesprekken met geestverwanten en vrienden, die hij hier ontmoette, ontwikkelde hij zijn theorie.

Op de wandeling is aandacht voor de actualiteit van toen en de 'verbeeldingen' ervan in de kunst en architectuur uit die tijd en de periode vóór Spinoza, de relatieve vrijheid in Amsterdam voor mensen die elders werden vervolgd, de plaats van verschillende kerken vooral waar het relevant is voor inzicht in Spinoza's werk (zie ook de rechterpagina; dit biedt aanknopingspunten op de route 'Singel 452 naar het station' om plaatsen te bezoeken, waar Spinoza of zijn vrienden geweest zijn). Wie waren de 'mensen van de Rede', waarover hij in zijn Ethica schrijft? Amsterdam maakt in de periode na de opkomst van de handel, de beeldenstorm, de 80-jarige oorlog vanaf 1650 tot 1672 de omslag mee van bloei op het hoogtepunt naar de invasie van de Fransen in de Nederlanden in het Rampjaar 1672. Een oorlog die tot 1677 duurde en na afloop waarvan de bloeiperiode in de Nederlanden ten einde was.

Op basis van deze webpagina kunnen verschillende wandelingen (ook digitaal) worden gevolgd. In de pagina-indeling is de aanvankelijke locatievolgorde bij een eerste wandeling losgelaten. Op verschilldende punten wordt een bepaald onderwerp uit zijn leven of de Amsterdamse achtergrond belicht. Het linkerdeel van deze webpagina schetst vooral de Amsterdamse achtergrond; het rechterdeel de plekken waar Spinoza en zijn geestverwanten veel kwamen en waarover zij spraken. In de pagina-indeling is de locatievolgorde losgelaten.

Men kan dus een eigen locatievolgorde kiezen, afhankelijk van tijd en belangstelling. Bovenaan staat (samen met een vervolg op de rechterpagina bovenaan) een wandeling die binnen het bestek van 2 uur kan worden gedaan, waarbij zijn geboorteplek en toelichting op zijn Joodse achtergrond niet in de route zijn opgenomen. Als men vooraf deze pagina (deels) heeft gelezen kan er uiteraard meer gewandeld worden omdat er minder uitleg onderweg nodig is.

De culturele ontwikkeling in de stad kan worden afgelezen aan ornamenten aan woningen en architectuur. Hierbij zijn devolgende verwijzingen gebruikt:

* ÏÏ vroeg Hollands Renaissance Hans Vredeman de Vries (1527-1606)
* g gevelsteen/afbeelding
* gb gevelsteen/afbeelding (bijbels)
*  natuurornament; Hollands renaissance; Hendrik de Keyzer (1565-1621)
* ∆ Hollands classicisme; Jacob van Campen (1596-1657)
* ∆ TT Hollands classicisme; Philip Vingboons (1607-1678)

Uit de architectonische ontwerpen spreekt een streven naar harmonie. De niet lang hiervoor in Italië ontdekte gulden snede werd toegepast. De ontdekking dat mathematische verhoudingen vaak in de hele natuur terug te vinden waren en door mensen als harmonieus worden ervaren.  Het Hollands classicisme is ook goed af te lezen aan het Voorburgse 'Hofwijck', wat Constantijn Huygens samen met Jacob van Campen ontwierp onder invloed van Vitruvius (zie onder Da Vinci's 'Vitruvian man'). De tuin vormt een belangrijk onderdeel van het ontwerp. Ook het huidige Bijbels Museum (Herengracht 364-370) uit 1662 van Vingboons heeft een bezienswaardige tuin; binnen is een geurenkabinet.

De titel 'Evolutie van de geest' verwijst naar Jonathan Israel's boek 'Revolution of mind; Radical enlightenment and the intellectual origins of modern democracy'. In tegenstelling tot Israel, die vooral de periode lang na Spinoza beschrijft, gaat deze web-pagina over de evolutie die zich vóór en met Spinoza in de Nederlanden ontwikkelde. Het werk van Spinoza vormt hierin een filosofisch-wetenschappelijk hoogtepunt. In Spinoza's eigen termen: het Amsterdam en de Republiek van na de Opstand als werkoorzaken van Spinoza's werk. Verschillende wetenschappers publiceerden vrij snel na Spinoza's overlijden werk in diens lijn, zoals de empiristische Verlichtingsfilosoof John Locke, die ook in Amsterdam had gewoond en beïnvloed was door onder meer Hugo de Groot.


2. BEURS (Rokin/Beurspoortje bij Dam)


BeursRokin(Links) BEURS VAN HENDRIK DE KEIJZER UIT  1611; AANZICHT ZUIDZIJDE;

GELEGEN AAN  ZUIDZIJDE VAN DE DAM (ROKIN)

In de 16e eeuw had de Amsterdamse handel zich in aanzienlijke mate ontwikkeld. Vanaf 1611 stond op deze plek  al een grote Beurs, gebouwd door Hendrick de Keyser. Het plaatje toont hoe levendig het toen was rond de Beurs. Verder is te zien is dat de Amstel hier dan nog onder de Beurs doorstroomt.

Het water, de handel, de Beurs, het zijn belangrijke schakels in de geestelijke veranderingen die plaatsvonden. Nieuwe ideeën ontstonden ook in andere handelssteden met ligging aan het water zoals Antwerpen, Brugge, Gent, de Hanzesteden, Venetië.

De uitbreiding van de overzeese handel, de techniek die daarvoor nodig was, de mogelijkheden om geld te investeren en te vermeerderen, dit alles bracht immense veranderingen met zich mee, waarbij nieuwe denkbeelden hoorden. Bij voorbeeld moesten er 'omgangs'regels komen voor ontmoetingen op zee met schepen van andere landen. hugoboekenkistDe rechtsgeleerde HUGO DE GROOT (1583-1645) (rechts, in boekenkist) vond dat ieder schip recht op doorgang zou moeten hebben, zodat voor niemand de handel werd belemmerd. Hij ontwikkelt een natuurfilosofie, waarin mensen en volken van wat voor religie of nationaliteit dan ook afspraken zouden moeten maken over gelijke rechten.

Aan de zuidkant van de Beurs zitten boekwinkeltjes. Boeken waren een belangrijk handelsproduct voor Amsterdam. Spinoza’s uitgever was Jan Rieuwertsz (1617-1687), die ook de Nederlandse vertaling van Descartes uitgaf. Klik hier voor de exacte locaties van Beurs en Dam omstreeks 1630.

In Amsterdam is het belangrijkste deel van de handel in de eerste hleft van de 17e eeuw gericht op de landen aan de Baltische Zee, de Noodse handel. Het heeft een belangrijke positie in de handel omdat de handelaren een naam van betrouwbaarheid hebben (informatie in het huis van de graankeurmeesters in de N.Z. Kolk). De Witsenfamilie, die later veel burgemeesters zal leveren, zaten in de graanhandel. Wapenhandelaar Louis De Geer (1587-1652) verbindt zich in hoge mate met de strijd om de Hervormde zaak, onder andere in de 30-jarige oorlog, heeft uitstekende contacten met Zweden en is sterk internationaal-georiënteerd. In 1602 wordt de VOC opgericht.

1b. REDERIJKERIJ (Nes 45)          

Nes_Grote_en_kleine_vleeshal_Amsterdam_1611

NES VLEESHALLEN ANATOMIE 

REDERIJKERSKAMERS d'EGLANTIER ‘IN LIEFDE BLOEIENDE’ EN WIT LAVENDEL



In de Nes boven de vleeshallen in het vroegere Margarethaklooster (rechts) kwamen Rederijkers bijeen. De Eglantier bestond al vanaf 1518. Rederijkerskamers waren oorspronkelijk religieuze broederschappen die kerkelijke feestdagen opluisterden met mysterie-spelen, processies en tableau-vivants. goudeneeuw_feestZe hebben onder meer door hun openbaar straattheater een breed bereik. De Rederijkerskamers in de Nederlanden wisselen onderling uit. Het ging er vaak vrolijk aan toe, zoals te zien is (rechts) op zwierige schilderijen van FRANS HALS (1587-1666) uit Haarlem, waar de Rederijkerskamer 'Trou moet blyken' actief was. De Eglantier kende prominente leden met dichters als Spiegel (1549-1612), Roemer Visser (1547-1620), Bredero (1585-1618) en Hooft (1581-1647), die vaak ook politieke invloed hadden. In hun gedichten en theaterstukken ontwikkelt zich een nieuwe eigen ethiek los van een verwijzing naar een bepaalde God. Ze gebruiken vaak symbolen uit de natuur.

thumb_Dirck-Volkertsz-Coornhert

COORNHERT
Boetthius_gevangenis

Wat omstreeks 1600 ten tonele wordt gevoerd is vaak ‘Zedekunst’ en gaat over de vraag ‘Hoe moet ik leven in deze veranderende tijd?’.  Dirck Volkertsz Coornhert (1522-1590), lid van d’Eglantier, schreef lang vóór Spinoza in 1585 de eerste Nederlandse Ethica ‘Zedekunst dat is Wel-levenskonste’. Op advies van zijn vriend Spiegel verwijst hij hierin niet naar God, hoewel in Coornhert's eigen leven de beleving van het goddelijke een belangrijke rol speelde. Een andere belangrijke bijdrage van Coornhert was de vertaling in het Nederlands van Latijnse werken als van Seneca (-4-65) en Cicero (-106- -43). Naast deze werken over ethiek uit de romeinse tijd vertaalde hij Boëtthius 'Vertroosting van de philosophie'. BOËTTHIUS (480-525) schreef dit boek over de troost van het denken vanuit de gevangenis (rechts). Coornhert-zèlf noemt het denken het 'vonxcen van het goddelijk licht'. Dergelijke goedgekozen boek-vertalingen, die door de boekdrukkunst onder velen verspreid konden worden, droegen bij aan het zelfstandig denken in de eigen taal. Coornhert schreef verder in de vorm van gesprekken met vrienden zoals Spiegel  over 'het hoogste goed', over wat het belangrijkste in het leven is. Meer over Coornhert op  www.gouwestad.nl/index.php/week-36-05-9-2011 en de overeenkomsten tussen Coornhert's werk en dat van Spinoza.

Rosa_eglanteria_img_3218

EGELANTIER


Het blazoen van de EGLANTIER (rechts), een roos, wordt door de graficus Coornhert geplaatst in zijn omgeving. De roos wordt bezocht door een bijtje, dat de honing (liefde) verspreidt en wordt belaagd door de sluipspin (gevaar!); de roos heeft doornen ontwikkeld. Spinoza’s zegel lijkt opvallend sterk op het blazoen van d’Eglantier. Espinoza betekent ‘doorn’. Spinoza gebruikt in zijn zegel dezelfde roos in combinatie met dit 'verdedigings-wapen’: een doorn en zijn zinspreuk ’CAUTE’, ‘PAS OP’.  Verder lijkt de vormgeving van de egelantier op het zegel op de gekruisigde op het blazoen (zie bovenaan). Naast elkaar vormen het blazoen en de zegel zo een (misschien toevallige) illustratie van de overgang van religieus denken naar natuurfilosofie en van Spinoza's gelijkstelling van God met de Natuur. Deze twee denkwijzen bleven in de zeventiende eeuw naast elkaar bestaan.

De natuurkundig ingenieur Simon Stevin (1548-1620) stelt in zijn boek 'Het burgerlick leven' (1590) dat mannen van de wetenschap misschien niet meer in God geloven, maar zij dienen zich uiterlijk te gedragen alsòf en vrouwen en kinderen dienen te worden aangemoedigd in geloof.

In het begin van de 17e eeuw zat naast d'Egelantier ook de Rederijkerskamer 'Wit Lavendel' in de Nes/Brakke Grond (gebouwd in 1654). Van deze kamer was  Vondel lid. Bredero (lid van d'Eglantier) is op deze plek geboren (zie bord aan de muur) en groeide hier op. Vondel is vlakbij in de Warmoesstraat opgegroeid. Op  latere leeftijd kreeg hij een baantje in de buurt bij de Bank van Lening (Nes 57).


10. GEVELSTENEN/(GELD)MORAAL  (Oude Zijds Voorburgwal 300)
 

entree_leenhuisGEVELSTEEN BOVEN INGANG STADSBANK VAN LENING
HOOFDSOM MET RENTE TERUG

Opeens raakten mensen in financiële welstand. Hoe daar mee om te gaan? Nieuwe ideeën werden niet alleen via de kerken en toneelspel verspreid. Op verschillende plekken in de stad getuigen de rijmpjes aan de muren van een nieuwe moraal. Op de gevelsteen boven de ingang van de Bank van Lening staat dat men zaken van waarde kan belenen maar wel met RENTE (links)  moet terug betalen. De protestantse ethiek stond winstmaken toe in tegenstelling tot de katholieke moraal. Er is nog wèl een zij-ingang waar de ‘nooddruftige’ zijn spullen voor een klein bedrag kon verpanden.

Coornhert had zijn ideeën over rijkdom verwerkt in de ‘Comedie van de Rijckman’. De teneur in zijn financiële ethiek: rijkdom-zèlf is niet verkeerd, maar wel een verkeerd gebruik ervan. Coornhert’s ethiek is die van ‘het genoeg’. Tegenover de levenswandel van een personage ‘Veel Behoeven’ stelt hij een ‘natuurlijk genoeg’. Deze manier van tegen geld aankijken, wordt vrij gebruikelijk in die tijd. Wat aan geld over is na het ‘genoeg’, gaat naar goede doelen, bij voorbeeld naar een 'hofje voor ouderen'. Of het wordt besteed aan opdrachten aan schilders. Bekend is dat De Geer beschermheer werd van de Tsjechische pedagoog Comenius (1592-1670).

Een ander bekend toneelstuk (1617) met 'geld'moraal is 'Warenar' van P.C. Hooft en S. Coster. Warenar is in feite geen vrek, maar een tragikomische figuur, die door een onverwachte vondst volkomen de kluts kwijt raakt, en geheel gebiologeerd is door deze schat. Maar aan het einde kan hij zijn schat loslaten en wegschenken: het was geen gierigheid maar obsessie die hem gebonden hield..


boven_pandjeshGEVELSTEEN BOVEN DE ZIJINGANG VAN DE BANK VAN LENING/ DE ‘NOODDRUFTIGE’ KAN HIER AANKLOPPEN VOOR ‘EEN CLEYN GELT’



9. BEHOEFTE AAN WETENSCHAP (Atheneum illustre; Oude Zijds voorburgwal 231)

 olifant_REEN OLIFANT OP DE DAM (REMBRANDT  1638)


In Amsterdam bloeiden de wetenschappen ten gevolge van de handel. Er werden kaarten gemaakt; scheeps-apparatuur werd ontwikkeld. Mensen namen van alles mee uit verre streken. Aan de Kloveniersburgwal 87-89 toont Blauw-Jan zijn verzameling. Hansken is een op Ceylon geboren olifant die in 1633 met een schip van de Verenigde Oostindische Compagnie naar Amsterdam wordt gebracht, en op de Dam wordt getoond.

Er ontstaat behoefte aan een Amsterdamse universiteit. Door de bestaande universiteiten wordt Amsterdam echter niet een volledige universiteit toegestaan. In 1632 wordt wel een universiteit op beperkte schaal ingericht, het Atheneum Illustre. Een vooropleiding voor een studie in Leiden. Daar werden de examens werden afgenomen. Hiermee blijft de wetenschappelijke controle bij Leidse professoren als Gomarus (1563-1641). En Revius (1586-1658), één van de felste pleitbezorgers van kettervervolging. Hij had hierin een voorganger gehad in Lipsius (1547-1606): 'De mens moet zijn lot accepteren'. Het doden van ketters was in zijn ogen onvermijdelijk. 'Brandt het kwaad weg om het geheel te houden'. Gomarus was de tegenstander van Arminius (1560-1609).



Arminius was aanvankelijk nogal streng in de leer. Toen hij probeerde de standpunten van de vrijzinnige Coornhert te weerleggen en zich verdiepte in diens ideeën, werd hij gegrepen door diens tolerantie-ideaal. Hij werd een van de meest tolerante religieuze leiders van ons land en had met name onder intellectulen veel aanhang. Hoewel de bevolking grotendeels op de hand wad van Gomarus, waren de meeste intellectuelen Arminiaan. Constantijn Huygens (1596-1687) had een hoge positie aan het Hof van Frederik Hendrik. Daardoor kon hij een groot stempel drukken op diens kunstcollectie en kon hij ook Barleus en Vossius financieren. Bij de opening spraken
Barleus (1584-1648) (hij sprak over matiging van het verlangen naar geld), de arminiaan Vossius (1577-1649) (in zijn lezing dat wijsbegeertde de oorzaak geeft van alles) en was Hugo de Groot (Grotius) aanwezig. Ook sprak Hortensius (1605-1639), die contact had met de Bredaase Beeckmans (1588-1637), de wiskundige die Descartes beïnvloed heeft.


Blauw-janHet was tenminste iets, maar mensen als Bredero, Coster en Hooft hadden liever een universiteit gehad met Nederlands als voertaal. Later zal Franciscus van de Enden een Latijnse school stichten, waaraan Latijnse les wordt gegeven.

 
(rechts) VERZAMELING BLAUW-JAN (KLO
VENIERSBURGWAL)







1. DETERMINISME/DESCARTES (Oude Zijds Voorburgwal 282-296/ Nes 45. Brakke Grond)

anatomisch_R
ANATOMISCHE LES VAN NICOLAAS TULP

REMBRANDT (1632)


Destijds opereerden er in de panden aan de Nes wel eens Vlaamse artsen zoals Nicolaas Tulp. Rembrandt’s schilderij ‘de Anatomische les van Nicolaas Tulp’ is hier geschilderd, op de bovenverdieping. Het schilderij laat zien dat er in die tijd een toegenomen belangstelling was voor het lichaam.


Vinderskamer_NespleintjeOp de begane grond waren hier vleeshallen. Van de aanwezigheid van het Gilde der vleeskeurders ('Die Vinderskamer', rechts) getuigt een gevelsteen op het Nespleintje. Bekend is dat DESCARTES (1590-1650) graag bij slagerijen rondneusde. Daarbij ontdekte hij dat het hart niet een mystiek orgaan is, maar een soort pomp die werkt volgens logische wetten van oorzaak en gevolg. De werking van het hart is een bekend voorbeeld in de uitleg van zijn wetenschappelijke methode (in ‘Discours de la methode’ uit 1637), die erop is gericht de wetten van oorzaak en gevolg bloot te leggen. Zijn methode legde de grondslag voor de hedendaagse wetenschapsbeoefening. Descartes was destijds aanvankelijk zeer omstreden aan de universiteiten. Het cartesianisme was de grondslag voor 'mechanisering' van het wereldbeeld en gaat uit van de grondgedachte dat alle menselijke kennis één systematisch, hiërarchisch geordend, bouwwerk vormt.





3. POLITIEKE MACHT IN AMSTERDAM (Dam)


wederdopers_op_de_Dam

De Dam vormde door de jaren heen een belangrijk podium voor reële politieke macht en machtstrijd.


OPSTAND WEDERDOPERS OP DE DAM 1535


Al in 1535 was de Dam podium geweest voor een opstand van de ‘WEDERDOPERS’ (gravure van Claes Jansz Visser, links). Deze hielden een demonstratie door naakt te gaan lopen. Hiermee gaven ze uiting aan hun ideaal van gelijkheid van alle mensen. Deze vreedzame demonstratie werd hard onderdrukt door de politie. Executies volgden.

Anneken_Hendriks-wederdopers




De doopsgezinde ANNEKEN HENDRIKS (rechts) werd in 1571 geëxecuteerd op de Dam. Zij werd met buskruit in de mond in het vuur gegooid. In de manier van straffen wilde het gezag het publiek duidelijk maken, wat niet mocht en hoe het af kon lopen als verboden werden overtreden.


Rembrandt_Elsje_ChristiaansIn 1535 woonde Coornhert om de hoek in de Warmoesstraat 111. Hij was toen 13 jaar. Mogelijk legden dergelijke taferelen een basis voor zijn latere strijd tegen het doden van ketters. En voor zijn ideeën over hervorming van het strafrecht en de strafpraktijk, ook voor andere wetsovertreders dan gewetensbezwaarden en politieke gevangenen.



Vanuit het Stadhuis werd rechtgesproken. Naar de publieke ophanging op de Dam kwamen veel mensen kijken. Rembrandt maakte in 1664  een tekening van Elsje Christiaans.

ELSJE CHRISTIAANS (links).

Zij was na de terechtstelling te zien op het Galgenveld in Noord, samen met de oorzaak van haar terechtstelling: de bijl waarmee ze iemand had gedood.



ALTERATIE

Hoewel er vrijheid van godsdienst bestond in de Republiek, was de gereformeerde calvinistische kerk sinds de ALTERATIE (onder) in 1578 de officiële kerk in Amsterdam. De verdiensten van de Calvinisten in de opstand en oorlog tegen de Spanjaarden hadden hen die speciale positie bezorgd. De officiële kerk had onder meer tot taak zorg te dragen voor diensten voor iedereen, zoals bij een huwelijk en begrafenissen. In Amsterdam was er een opstand aan voorafgegaan, die zich afspeelde op de Dam. Sindsdien werden hier op de Dam in de van oorsprong Katholieke Nieuwe Kerk gereformeerde diensten gehouden.



Alteratie_in_Amsterdam_1578






BEELDENSTORM
Na de beeldenstorm van 1566 zijn de kerkinterieurs geleidelijk aan versoberd. Constantijn Huygens (1596-1687) lichtte dit als volgt toe: 'Onze godsdienst is zo eenvoudig als ze van onze wijze meester is ingesteld. Zonder de minste bijvoegingen van pracht en zwier. Saenredam_Church_of_St_Bavo_in_HaarlemZulks prijs ik ten hoogste. Wat anderen ook mogen zeggen ten voordele van de gevoeglijkheid van zekere pracht en praal en luister, die, mijns oordeels, bekwamer werktuigen zijn van aftrekking als van opwekking eener Godsvrucht die in geest en waarheid moet bestaan'.


De lichtinval wordt belangrijk; zoals te zien op de schilderijen (links) van kerken van Pieter SAENREDAM (1597-1665). Diensten worden gehouden in het Nederlands.


Ook de synagoge van de Portugese Joden, die in 1667 wordt gebouwd, neemt deze stijl over. H
et interieur van de synagoge lijkt op de sobere protestantse kerken met een hoofdrol voor de lichtinval.




Buiten de kerk om kon de calvinistische kerk morele ideeën via gevelstenen verspreiden.  Een voorbeeld is de steen met een ‘vermaan’rijmpje over het wisselend lot.


opschrift_Tisfris

VERMAANRIJMPJE OVER HET WISSELEND LOT (Pentagon bij Antoniebreestraat 142)


BENYT NIEMANS PROFFYT

LÁÁT ELLECK OP HOOPEN BOUWE
WANT OF GY HET SCHOON BENYT
HET FERTUYN SAL SYN LOOP HOUWE





6. POSITIE VAN NIET_CALVINISTEN: KATHOLIEKEN (Begijnhof; R.K. Kapel, ∆TT)

Voor niet-gereformeerde gelovigen was het zaak zich aan te passen aan de regel: ‘Er is vrijheid van godsdienst, maar je moet er niet mee te koop lopen’. In ieder geval geen klokgelui. Alleen calvinistisch klokgebeier was toegestaan. Op het Begijnhof is te zien dat huizen die er van buiten uit zien als woonhuizen, van binnen zijn ingericht als kerkruimten. De katholieke Philip Vingboons ontwierp dit in 1671.

rk_kapel_buiten


(links) BUITENZIJDE R.K. KAPEL BEGIJNHOF

binnen_Rk_kapelBegijnhof

(rechts)  INTERIEUR R.K. SCHUILKAPEL BEGIJNHOF



In 1579 is veel Katholiek bezit overgegaan naar de gereformeerden. De in beslag genomen kerken werden geleidelijkaan afgestaan aan verschillende kerkelijke groeperingen, die in Amsterdam verbleven. De vroegere Katholiek kerk, schuin tegenover de Katholieke schuilkapel, werd in 1607 de Engelse kerk. Er kwamen onder andere de Pelgrim Fathers naar toe. Een pijnlijke situatie voor de Katholieke gelovigen.


7. POSITIE VAN NIET_CALVINISTEN: DOOPSGEZINDEN; LUTHERANEN (Spui/Singel, hoogte UB)

De kerk speelde in deze tijd een belangrijke rol. Om verschillende redenen waren in Europa nieuwe kerkgenootschappen ontstaan, die zich niet meer thuis voelden in de Katholieke kerk. Luther had zich verzet tegen de aflatenhandel van de Katholieke kerk. Verder ontstond een proces van zich geleidelijk losmaken van dogmatische ideeën. Dit leidde tot een reeks nieuwe kerkgenootschappen zoals Doopsgezinden, Luthersen, Remonstranten.

zijkant_Lutherse_kerk

7b. ZIJKANT LUTHERSE KERK SPUI

Aan Singel 411 staat de Lutherse kerk uit 1633. De kant aan de Spuizijde toont nog dat de diensten vóór 1633 in 7 samengetrokken woonhuizen plaatsvonden. De handel in hout met de Noordelijke landen was in deze periode nog erg belangrijk. Interventie van de voor deze Hanze-handel belangrijke Deense koning, heeft bewerkstelligd dat de Lutherse kerk deze officiëlere status in Amsterdam kreeg.




voorkant_t_lam
7c. DOOPSGEZINDE /MENNONITISCHE GEMEENTE,
SINGEL 452 VOORZIJDEachterkant_tLam (links)

 

Even verderop ziet men aan de overkant de Doopsgezinde kerk 't Lam (op Singel  452). De voorkant ziet eruit als van een gewoon woonhuis. Op de gevel een ‘gewone’ verwijzing van een lammetje naar de destijds aangrenzende brouwerij en kroeg ‘t Lam'. De brouwerij was ook eigenaar van een katholieke schuilkerk aan de noordzijde van de doopsgezinde, waar nu een grote Katholieke kerk staat.  Aan de ACHTERZIJDE (rechts)  is de fraaiere, eigenlijke ingang van de doopsgezinde kerk. Binnen een sober interieur zonder beelden.

Doopsgezinde schuilkerken werden soms niet kerken maar 'Vermaningen' genoemd. Binnen de doopsgezinde, mennonitische gezinten zijn tal van stromingen te onderscheiden. Veel informatie hierover op http: //www.gameo.org/encyclopedia. In het algemeen stonden ze een apostolisch christendom voor: Christus als voorbeeld en inspirator voor een 'deugdzaam' leven. Van de lidmaten werd een actieve keuze voor het geloof gevraagd door pas op een volwassen leeftijd te dopen.

Murmellius (1480-1517) had 'Kinderpap' geschreven, waarin de nadruk bij het opvoeden op 'veel vermaningen' wordt gelegd en weinig op straffen. Het was op scholen gebruikelijk om slechte leerlingen flink te slaan en te vernederen. Volgens Murmellius was een andere lesmethode mogelijk: wie de motivatie van de leerling wist te bevorderen had wrede straf niet nodig. Murmellius had zelf in Deventer les gehad van Alexander Hegius (1433-1498), bij wie ook Erasmus lessen had gevolgd. Murmellius werd rector van de Latijnse school in Alkmaar, waar in die tijd Jan van Scorel (1495-1561) en Alardus van Amsterdam (1495-1544) lessen volgden.



deurknop_doops

7d. SOCIANISME
In principe was er vrijheid van godsdienst, hoewel niet alle godsdiensten publiek beleden mochten worden. Ook de vele immigranten konden hun godsdienst belijden. Op last van de Kerkeraad in 1648 en later de Staten was het socianisme verboden. Socinus (1535-1604) leerde dat alleen het Nieuwe Testament moest worden erkend als bron van verstandelijk te verklaren openbaring; dat er één God was, niet drie; dat er geen erfzonde bestond en geen predestinatie. Christus was niet door de kruisdood maar door zijn zedelijk voorbeeld tot verlosser geworden. In de doopsgezinde kerk 't Lam zijn dergelijke diensten toch wel eens gehouden, getuige de lastige deurknop, die bij de ingang naar de kerkruimte is aangebracht. Een voorganger met sociniaanse ideeën was Galenus Abrahamsz de Haan (1622-1706).


Een met het socianisme verwante stroming was dat van de sacrementariërs, die de reële aanwezigheid van Christus in het sacrament van het avondmaal afwezen. David Joris (1501-1556) had met deze stroming gesympathiseerd. Later zouden binnen de vrijzinnige kerkgeschiedenis van de 19e en 20e eeuw deze sacrementariërs worden gezien als exponenten van de redelijke, rekkelijke protestantse traditie die de Nederlandse volksaard zou weerspiegelen.

LASTIGE DEURKNOP

Bij een inval tijdens een (verboden) Sociniaanse dienst, zou de politie tijd verliezen door een ongebruikelijke deurknop (je moest naar boven in plaats van naar beneden drukken). De voorganger zou dan ondertussen snel op een Lutherse dienst kunnen over gaan.



7e. SYNAGOGE en school van TALMUD TORA ( Waterlooplein 133/156, 'De Herschepping' en naast Mozes en Aäronkerk, 205)

mosesaaron_huissynagogetulmudtorah_1639

De sefardische Joden hadden tot 1639 een HUIS-SYNAGOGEN (links) en ook één  ter hoogte van Waterlooplein 205.



In één van de belende huizen zou Spinoza zijn geboren (ook Zwanenburgwal 15 wordt als geboorteplek genoemd).


interieur_Talmud_Torah_1639

In 1639 kan aan de Houtgracht (nu Waterlooplein 133/156) de in classicistische stijl gebouwde synagoge van het genootschap TALMUD TORA (rechts) worden geopend. Zie ook het INTERIEUR (rechts). Aan de Houtgracht staat naast de synagoge de school waar Spinoza les kreeg en die hij tot zijn 15e jaar bezocht.





7f.  WAALSE KERK (30. Walenpleintje 159; naast Oude Zijds Achterburgwal 155)


In 1578 kwam hier een Waalse kerk voor Hugenoten, Franse aanhangers van Calvijn. Na achtervolging in Frankrijk werden ze later beschermd door het Edict van Nantes. Lodewijk XIV hief dit Edict in 1685 op. Dit leidde tot een grote toeploop van Hugenoten in de Nederlanden waaronder Amsterdam. Er worden verschillende andere Waalse kerken in Amsterdam gebouwd. Oranje was vaak sterk verbonden met de Waalse kerk. Stadhouder Willem III is in een Waalse kerk gedoopt.

7g. De gevelsteen 'IN DE BOGAERT'  (boven) van Singel 324 verwijst naar de remonstrantse dominee Johannes Wttenbogaert, de  opvolger van Arminius.


gevelsteen_Jongen_op_brug


Wttenbogaert werd gesteund door de familie Reaal. In de 30-er jaren krijgen de remonstranten een schuilkerk aan het Singel 108 (met een gevelsteen 'Rode hoed').




1.c. POLITIEK EN REDERIJKERIJ (Dam/ Brakke Grond, Nes 45)

Geleidelijkaan krijgen de Rederijkers-stukken een wereldlijker vorm en worden er dichtkunst en redekunst - de rhetorica - beoefend.  Stukken van religieuze of moralistische inhoud worden nu afgewisseld met mythologische en helden-verhalen. Deze algemene trend is ook te zien bij de Egelantier en het Wit Lavendel.

Tekstschrijver en burgemeesterszoon P. C. Hooft had grote invloed op de nieuwe ontwikkeling in de toneelkunst, waarbinnen het klassieke drama een grote rol ging vervullen. Bij voorbeeld werd een stuk van Terentius (-195 tot- 159) bewerkt door Bredero (1585-1618)  tot zijn  'Moortje' (1614). In dit  renaissancistische blijspel, een komedie, volgde Bredero het klassieke stuk na, aangepast aan de omstandigheden die hij kende. Sommmigen, als Joost van den Vondel (1587-1679), wilden de klassieke tragedieschrijvers overtreffen of voorbijstreven. Voor Vondel betekende dat Bijbelse stof omwerken in de vorm van een klassieke tragedie.


Er was voldoende stof voor drama en tragedie in eigen land te vinden.

180px-Plakkaat_van_VerlatingheVeel strijd, oorlog en beeldenstorm hadden in de voorafgaande eeuwen plaatsgevonden. Velen met afwijkende meningen waren geëxecuteerd of verbannen. Veel bekende geleerden, schrijvers en staatslieden zijn gevangen gezet of gedood. Of hadden moeten onderduiken, of werden beschimpt, zoals op de spotprent 'd'Arminiaanse Dreckwagen'.


Bij voorbeeld prins Willem van Oranje (1533-1584), die in 1582 vogelvrij werd verklaard na de Nederlandse onafhankelijkheidsverklaring met het  ‘PLAKKAAT VAN VERLATINGHE’  (rechts) in 1581 en in 1584 werd vermoord nadat een bedrag op zijn hoofd was gezet. Ook Coornhert (1522-1580) heeft in de gevangenis gezeten en dook onder bij collegianten. Velen, die vanwege hun opvattingen gedood zijn of gevangen gezet, zijn anoniem gebleven. Zoals de ‘Wederdopers’ bij hun opstand in 1535 in Amsterdam. De 'Opstand' tegen de Spanjaarden kostte velen het leven.


De staatsman Van Oldenbarnevelt (1547-1614) werd in 1618 op het Binnenhof onthoofd omdat hij de vrijheid van meningsuiting van de Arminianen wilde beschermen. Zijn medestander Hugo de Groot werd gevangen gezet in slot Loevestijn. Hierbij speelde een rol dat sommigen (Maurits) oorlog wilden blijven voeren en anderen, als van Oldenbarneveldt, voorstander waren van vrede. Dit laatste had geresulteerd in het 12-jarig bestand (1609-1621). Bij de controverse tussen Gomaristen ('kamp Calvinisten') en Arminianen ('kamp doopsgezinden van de Dreckwagen') speelde al de kwestie van vrije wil, zie ook  DE VRIJE WIL IN DE 16 e en 17 e eeuw



stokje_OldenbVONDEL OVER VAN OLDENBARNEVELDT


De Rederijkers verwerkten deze politieke ervaringen in hun werk. Via de kunst kon kritiek worden geuit. Vondel schreef (lange tijd verboden) gedichten en toneelstukken hierover. Bekend is zijn 'Stokje van Van Oldenbarneveldt'. Hij kiest hierbij partij voor degenen die het opnamen voor de vrijheid van meningsuiting. Hoewel de zinspelingen op van Oldebarneveldt bedekt waren, werd het ontdekt en hadden de Staten Vondel willen veroordelen. Amsterdam verhinderde dit echter.

In andere gedichten laat hij het verdriet zien dat oorlog met zich meebrengt. De gedichten gaan over de
moeders, die rouwden om hun zonen en echtgenoten. 



In 1617 werd door Samuel Coster de Nederduytsche academie opgericht, een Rederijkerskamer met als blazoen een Bijenkorf onder een Egelantier, verder met het devies 'Ijver'. Deze legde zich vooral toe op het aanbieden van hoger onderwijs in de volkstaal. Standplaats was de latere schouwburg aan de Keizersgracht. De Calvinistische kerkeraad beviel de oprichting niet. Zij drong bij het Amsterdamse stadsbestuur, de vroedschap, aan op sluiting. Er bestond bezwaar tegen de twee mennonitische professoren, waaronder de wiskundige Sybrandt Hansz. Cardinael. Ook de inhoud van de theater-stukken beviel niet. De onderwijsinstelling werd in 1618 gesloten en de opvoering van stukken in 1622 gestaakt. Vondels 'Vraghe van d'Amsterdamsche Academi aan alle poëten en dichters' (1631) riep bij de Calvinisten heftige reacties op. Toch kon in 1634 het 'Atheneum Illustre' worden geopend.



2b TONEELOPVOERINGEN OP STRAAT (Rokin/Beurspoortje)

maraia_de_medicis_op_het_RokinTABLEAU VIVANT BIJ HET BEZOEK VAN MARIA DE MEDICIS (1638)


Toneel op markten en pleinen voerden de Rederijkerskamers van oudsher op. Was het werk van Coornhert vooral gericht op het vinden van het hoogste geluk in zichzelf en op het doorgeven van ervaringen aan een volgende generatie, op milde wetgeving en omgangsvormen, gebaseerd op kennis (‘weet of rust’), op strafrechtvernieuwing en tegen het doden van mensen met afwijkende meningen zoals ketters, geleidelijkaan werden er in de 17e eeuw meer stukken opgevoerd, die een politieke informatiefunctie voor het volk hadden. Ook worden de voorstellingen steeds grootschaliger.



MARIA DE MEDICIS Maria_de_medicis_sceneOPGENOMEN IN EEN SCÈNE


In opdracht van de overheid voerde 'In liefde bloeyende' tijdens het 12-jarig bestand met Spanje van 1609-1621 toepasselijke verhalen uit de Romeinse geschiedenis op. In de tirannie van de laatste Romeinse koning Tarquinius de Hoogmoedige, de ontering van LUCRETIA (rechtsonder) en de verijdelde samenzwering van Brutus kon het publiek toespelingen herkennen op de eigen geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog. Dit soort festiviteiten moesten meestal in een razend tempo -zo'n tien dagen - voorbereid worden door de regisseur van het geheel Samuel Coster.

Absoluut hoogtepunt van dergelijke theater-feesten was het bezoek van Frankrijks koningin-moeder Maria de Medicis aan de Republiek in 1638. Informeel hield het een Franse erkenning van de Nederlandse Republiek in. Er werd flink uitgepakt.  MARIA DE MEDICIS (rechtsboven), de andere gasten, de burgemeesters van de stad, ze dreven allen in hun barken op het water van het Rokin, waar Neptunus Maria tegemoet dobberde en de stedenmaagd met de handelsgod Mercurius haar begroetten. Dit soort theater is tot het eind van de jaren vijftig te zien. Daarna wordt dit in andere vorm voortgezet in theaterstukken die werden opgevoerd in de Schouwburg aan de Keizersgracht. http://www.digischool.nl/ckv2/burger/burger17de/toneel/toneel17de.htm


LucretiaROp Keizersgracht 384, waar eerst de 'Eerst Nederduytsche Academie' gehuisvest was, komt in 1637 een nieuwe schouwburg van Van Campen. In 1665 wordt de barokke schouwburg vervangen door een nieuwe, die meer theaterstunts mogelijk maakt. Directeuren als Vondel worden opzij geschoven. In 1669 treedt een nieuw bestuur aan onder leiding van het gezelschap 'Niets is moeilijk voor hen die willen' (NIL). Deze lijkt sterk georiënteerd op de (taal)vernieuwende stromingen in Frankrijk, de Encyclopedisten. Het theaterwerk wordt vrolijker, meer blijspel, spektakel en techniek. Tussen 1672 en 1677 is de Schouwburg gesloten vanwege de oorlog met de Fransen. Waarschijnlijk vonden de calvinistische stadsbestuurders dit een goede zaak. Zij ergerden zich toch al aan de stukken.




5. IN AMSTERDAM ONDERGEDOKEN GELEERDEN (Descartes: Kalverstraat, met opschrift: Westermarkt 6; Locke, Damstraat/Oude Hooghstraat, Westermarkt)

desc-frans-hals-klein

Zoals het zaak was voor de niet-gereformeerde gelovigen zich aan te passen aan de regel: ‘Er is vrijheid van godsdienst, maar je moet er niet mee te koop lopen’, zo gold dat ook voor geleerden met ideeën, die te vooruitstrevende implicaties hadden. Een brede kring van mensen bood in het algemeen bescherming tegen daadwerkelijke vervolging. Bovendien had Amsterdam profijt van dergelijke vrije denkers. Als je je een beetje gedeisd hield, was het mogelijk om in Amsterdam bescherming te vinden.

Wáár precies in de Kalverstraat hij woonde is onbekend, waarschijnlijk in een oud klooster, maar (links) RENÉ DESCARTES (1596-1650) heeft hier in ieder geval een tijdje gewoond. Later woonde hij enkele jaren op de Westermarkt 6. Zijn ideeën waren zeer omstreden. Hij moest zich onopvallend gedragen, maar zei: ‘Die Hollanders zijn zo druk met geld verdienen, die letten niet op mij’.  Wel heeft Descartes net als later Spinoza, uit voorzichtigheid, een deel van zijn werk pas na zijn dood laten uitgeven. Zijn uitgever was Elsevier; vertalingen in het Nederlands werden uitgegeven door Jan Riewertsz, ook de uitgever van Spinoza.



Locke_treatises_of_government_1690Ook andere geleerden hebben een tijdje in Amsterdam gewoond, onder andere (rechts) JOHN LOCKE (1632-1704) van 1683-1689 in de Damstraat. Hij schrijft dan aan twee verhandelingen over de staat (rechts). Omdat hij moest oppassen voor vervolgers uit Engeland nam hij uit voorzichtigheid een schuilnaam aan: 'Dokter van der Linde'. Het lijkt een eerbetoon te zijn aan Hugo de Groot (1583-1645), die dezelfde schuilnaam had gebruikt. Hugo de Groot-zèlf was in 1618 gelijktijdig met van Oldenbarneveldt veroordeeld maar niet zoals deze onthoofd, en liep na zijn ontsnapping uit de boekenkist openlijk in Amsterdam rond. Zo was hij bij voorbeeld aanwezig bij de opening van het Atheneum Illustre in 1632. Later is Hugo de Groot toch in Frankrijk gaan wonen.

Op deze manier werd in Amsterdam omgegaan met de situatie dat vrije denkers buiten Amsterdam gevaar liepen. Dit leidde er ook wel toe dat publiek-gemaakte ideeën werden aangepast aan het haalbare. Adriaan Koerbagh is een voorbeeld van een publieke veroordeling op grond van geschriften, die de vroedschap te vèr gingen. 

De vrijheid werd niet alleen beperkt door de calvinistische kerkeraad, die de Amsterdamse vroedschap regelmatig onder druk zette. Deze laatste was er vooral op uit de rust in de stad te handhaven. Verder had de vroedschap zich ook enigszins te houden aan afspraken met de Staten van Holland. Voor John Locke zou de Engelse geheime politie de voornaamste bedreiging hebben gevormd.



Daarnaast speelde de Katholieke kerk een eigen rol. In 1600 was Giordano Bruno, filosoof, kosmoloog en vrijdenker, door de Inquisitie in Rome tot de brandstapel veroordeeld. Galileo Galilei, de beroemde natuurkundige en astronoom, is in 1633 veroordeeld tot huisarrest door de kerkeraad, de Inquisitie. Verder waren er wel eens vermoedens gerezen, dat de Katholieke kerk via vergiftiging zich van minder controversiële leden van haar kerk ontdeed. De de enige paus uit de Lage Landen, Adrianus IV (Adriaan Floriszoon Boeyens, 1459-1523), had net als Luther weinig op met de aflaten-handel (1517) in de katholieke kerk. Hij had zich in het Vaticaan omringd met enkele geestverwanten uit de lage Landen, waaronder Jan van Scorel (149-1562). Deze ging na diens dood onmiddelijk terug naar Utrecht, bevreesd omdat hij vermoedde dat de Paus was vergiftigd en ook voor zijn eigen leven vreesde. Descartes was het laatste jaar naar Zweden gevlucht, waar hij zich beschermd achtte door de progressieve Christina van Zweden. Dat de katholiek-gebleven Descartes de dood vond door vergiftiging via een hostie door een priester is nog onlangs geopperd door Theodor Ebert.


3. STADHUIS OP DE DAM NA 1650


stadhuis_250x

(links) DAM MET STADHUIS (NU PALEIS) VAN J. VAN CAMPEN EN NIEUWE KERK (Berckheyde, 1673)


In 1650 (de oorlog tegen de Spanjaarden eindigde in 1648) bereikte de rijkdom in Amsterdam een hoogtepunt. Er wordt daarna  in snel tempo veel gebouwd en van hoge kwaliteit. Veel staat er nu nog. Was tevoren het stadhuis klein in vergelijking tot de kerk, het nieuwe stadhuis dat toen werd gebouwd, was groot en hoog. Let op: groter en hoger dan de kerk! Er werd voor gewaakt dat de kerktoren niet uitstak boven het stadhuis. Tegen de door Van Campen geplande hoge toren voor de kerk ontstond weerstand en de toren kwam er niet. Dit drukte ideeën uit over de verhouding kerk en staat, die ook te vinden zijn in. P. de la Court's 'Interest van Holland' (1662). Ook Spinoza vindt: de kerk moet zich in laatste instantie voegen naar de staat. 






Er heerste een uitbundige sfeer Amsterdam. Het Stadhuis zou het achtste wereldwonder worden. 

Jordaens-Nachtelijke-aanval-345x325

Binnen konden de Hollandse meester-schilders als de Vlaamse Jacob JORDAENS (1593-1678) (rechts) aan de slag. Het opgegeven thema was: de 'OPSTAND TEGEN DE SPANJAARDEN', wat werd verbeeld middels de Bataven die onder CLAUDIUS CIVILIS in opstand waren gekomen tegen de Romeinse bezetter. Frankrijk had Amsterdam gesteund, leek het. Een Franse barokke zwierige stijl, die mede door Vlaamse schilders als Rubens, was geïmporteerd,  om de heldhaftige opstandelingen te eren, stond de vroedschap wel aan.


Claudius_Civilis_van_Rembrandt

Ook REMBRANDT (links) kreeg een opdracht hiervoor. Alleen… hij schilderde Claudius als niet als strijdlustige held maar als oude man. In een enscenering, die doet denken aan het laatste avondmaal. Hij toont zijn kracht in de gesmede eenheid en door te dreigen met het zwaard, maar niet door vechtlust. Het beviel de opdrachtgevers niet en zijn werk verdween naar de kelders. De andere schilders hadden wèl de heroiek van de ‘Opstand’ benadrukt.


Wat hier precies speelde, is onbekend. De figuren lijken te verwijzen naar reële personen van de verschillende provinciën. Claudius lijkt sterk op Coornhert, die wat aan zijn linkeroog had. Coornhert was als adviseur van Willem van Oranje nauw betrokken geweest bij de voorbereidingen van de Opstand (binnenkort in onderzoek).



Vaderlandse deugden, die van Bataafse oorsprong heetten te zijn, waren in de geest van Erasmus, Coornhert en Hugo de Groot, vrijheidszin, vrijmoedigheid, eenvoud, soberheid, moed, schranderheid, vredelievendheid en oprechte vroomheid. De Bataven waren een volk geweest dat niet alleen naar vrijheid streefde maar ook de gelijkheid cultiveerde. Een volk dat niet het gezag (verticaal) centraal stelde maar het gezin (horizontaal) als de grondslag van de samenleving koesterde (Frijhoff, Spies, 1650). Misschien wilde Rembrandt de geest van deze personen in zijn schilderij eren.

johannes_wtenbogaert




Tijdens zijn huwelijk met Saskia van Uylenburg heeft Rembrandt veel opdrachtgevers uit remonstrantse hoek, mede via Saskia's oom. Zo schilderde hij JOHANNES UYTENBOGAERT (rechts), een neef van Johannes Wttenbogaert (1557-1644), die als menner een plaatsje had op de 'ARMINIAANSE DRECKWAGEN' en als de opvolger van Arminius wordt beschouwd. Rembrandt zelf hoort niet tot één kerkgenootschap, hangt een 'liefdes'geloof aan als een 'Chrétien sans église'.



POLITIEKE ONTWIKKELINGEN TOT 1650

davinciAmsterdam bestaat natuurlijk niet afgezonderd van de Republiek en de internationale politiek en cultuur (zie links Leonardo DA VINCI, 1452-1591, 'Vitruviusman' uit 1590, wiskundige exactheid in de kunst, 'de gulden snede'). Enkele ontwikkelingen in het denken over God, de natuur en de wetenschap op internationaal niveau van vóór 1648 uitgedrukt in gedichten en gravures staan hier. In 1648 kwam door de vrede van Münster een einde aan de 80-jarige oorlog met Spanje en aan de 30-jarige oorlog (1618-1648). Aanleiding voor de 30-jarige oorlog was een opstand in Bohemen (Tsjechië). Zweden en Frankrijk waren tegenstanders van de Keizer van het Heilige Roomse Rijk Ferdinand II. De Republiek met stadhouder Frederik Hendrik steunde de Palts (hoofdstad Heidelberg), Bohemen en de in 1608 opgerichte Protestantse Unie van Protestantse vorsten en rijkssteden. In Amsterdam is de kanonnenproducent Louis de Geer nauw verbonden met deze protestantse beweging. De vroege dood van Willem II bracht de staatsgezinde partij aan de macht met Johan de Witt als raadspensionaris. Na 1650 volgen een aantal gebeurtenissen snel achter elkaar op.

POLITIEKE ONTWIKKELINGEN VANAF 1650


Nu er vanaf 1648 vrede was met de Spanjaarden na de succesvolle Opstand, dienden zich nieuwe vijanden aan: eerst de Engelsen. De drie Engelse oorlogen (1652-1654), (1665-1667) en (1672-1674) waren vooral gericht op zee en op suprematie in de koloniën. De oorlogen hebben invloed op de welstand in de Republiek. Bij voorbeeld Spinoza en Rembrandt kampen in 1656 met financiële moeilijkheden. In 1663-1664 werd Amsterdam getroffen door een pestepidemie. Voor Amsterdam en de Republiek is de noordelijke handel de belangrijkste. De oorlog tussen Zweden en Denemarken dreigt gevolgen te hebben voor de Hollandse belangen van redelijke tolheffing. Johan de Witt voert in principe een diplomatieke strijd gebaseerd op defensieve allianties, een politiek in de lijn van Hugo de Groot gebaseerd op niet aanvallen tenzij het land zèlf wordt aangevallen. De ascetische Amsterdammer Coenraad van Beuningen (1622-1693), die zich aangetrokken voelt tot Spinoza en de Rijnsburgse collegianten, is de Witt's ambassadeur in Zweden. Hij was voorheen secretaris van Hugo de Groot. Deze krijgt steeds meer moeite met het offensieve optreden van Zweden waarvoor hij de Witt waarschuwt. Vanaf 1668 beginnen de Fransen, de vroegere bondgenoten tegen de Spanjaarden, naar het Noorden op te trekken. Ook in Frankrijk wordt Van Beuningen ambassadeur. Johan de Witt wil via diplomatieke afspraken een verbond sluiten met Lodewijk XIV waarbij de Zuidelijke Nederlanden onder gemeenschappelijk beheer komen. Hij gaat ervan uit dat de Engelsen en de Fransen gescheiden zullen blijven, maar deze vormen een verbond. Van Beuningen waarschuwt de Witt voor de expansiedrang van Lodewijk XIV.

leviathan_HobbesIn 1667 is Hobbes' LEVIATHAN (links), the matter, forme and power of a common wealth ecclestiall and civil' (1651) in het Nederlands beschikbaar, uitgegeven bij Elzevir; in 1668 in het Latijn. Hoewel het werk over de verhouding van kerk, staat en macht in veel opzichten op Spinoza's TPT lijkt, is Hobbes' conclusie anders: volgens hem is voor een staat met interne vrede en een goede verdediging tegen externe vijanden één centrale monarch nodig, wiens authoriteit absoluut is. Een godsdienstige 'locus of power' naast de wereldlijke macht vindt hij onwenselijk. De Nederlandse vertaler Abraham Van Berckel is in de lijn van Hobbes een fervent monarchist en prinsgezind.


charles-le-brun-alexander100x120-1665-detailIn een theocratie gaan staats- en theologische macht samen op. Maar ook wanneer de scheiding tussen kerkelijke en wereldlijke macht groter is, zoekt de heerser ondersteuning in een goddelijke instemming met zijn heerschappij. Ook Lodewijk XIV creëert een goddelijk image om zijn macht te ondersteunen. Hij sluit hierbij niet meer aan bij een Christelijke ondersteuning, maar laat zich vergelijken met een held uit de klassieke oudheid, ALEXANDER DE GROTE (rechts) en met een naturalistisch centrum: de Zon. Vanaf 1667 gaat Zonnekoning Lodewijk XIV proberen zijn gebied uit te breiden, eerst in de Spaanse Nederlanden, geleidelijk richting de Vlaamse provincies. Begin 1672 vallen de Fransen (met in het kielzog het Katholieke geloof) de Nederlanden binnen en bezetten ondermeer Utrecht. Het begin van de Frans-Hollandse oorlog, die eindigt in 1679. Holland zou in 1672 ook zijn ingenomen als niet in allerijl een waterlinie zou zijn ingericht. Utrecht kampt nog een eeuw met deze terugslag en ook in de rest van het land is het met de voorspoed gedaan.


De_lijken_van_de_gebroeders_de_WittIn Den Haag worden een half jaar na de aanvang van de inval de GEBROEDERS DE WITT door de middenklasse VERMOORD (links) en tentoongesteld. Het is waarschijnlijk dat de 22-jarige Willem III van tevoren op de hoogte was dat de de Witten buiten spel zouden worden gezet. De staatsvorm wijzigt: Willem III (1650-1702) wordt stadhouder. Het 'Eeuwig Edict' uit 1667 mede opgesteld door Gaspar Fagel (1634-1688) en Gillis Valckenier en (tragisch genoeg gezien latere ontwikkelingen) onder bedenkingen van Johan de Witt, waarin het stadhouderschap voor eeuwig zou zijn, wordt opgeheven omdat het onverenigbaar zou zijn met de functie van kapitein-generaal en admiraal-generaal (bepleit in Pierre de la Court's 'The interest of Holland' uit 1662), wordt in 1672 beëindigd. Fagel wordt Willem III's raadspensionaris. De felle anti-orangistische Pierre de la Court verlaat in 1672 het land.


Gillis_Valckenier

De voorzitter van een commissie van toezicht op de opvoeding van Willem III (met onder andere Johann de Witt en Gaspar Fagel als leden), Desolate_boedelkamerde Amsterdamse burgemeester Gillis VALCKENIER (1623-1680) (rechts), zet al in 1668-1669 de deur open voor de prins en maakt zo een switch van staatsgezind naar prinsgezind bestuur mogelijk. Gezien de reële oorlogsdreiging van de Fransen niet onbegrijpelijk: een oorlogssituatie vereist een centralisatie van bestuur. In 1672 werden op advies van Valckenier zestien leden uit de Amsterdamse raad gezet, waaronder Henrick Hooften Andries & Pieter de Graeff. Coenraad VAN BEUNINGEN (1625-1672) (links), Nicolaas Witsen (1641-1717), Johannes Hudde en andere familieleden werden zijn medestanders.Coenraad_van_Beuningen_Caspar_Netscher_1673 In 1672 (het Rampjaar) was 'Het land reddeloos, de regenten radeloos en het volk redeloos'. Amsterdam is door een snel ingerichte waterlinie op het nippertje voor een Franse bezetting behoed. De inval en machtswellust van de Franse 'Zonnekoning' maakte een krachtig front nodig. Valckenier was voorzitter van de DESOLATE BOEDELKAMER (zie afbeelding links in het Stadhuis op de Dam), waarbij hij een milde aanpak schijnt te hebben gehad en oplossingen zocht om de schuldenaar weer verder te helpen. Valkenier is in 1670 nog even burgemeester af maar wordt het volgende jaar weer herkozen en is in 1679 de meest invloedrijke Amsterdamse burgemeester. De historische beoordeling van de rol van Willem III is, dat deze tegen de verwachting in een op de belangen van de Lage landen gerichte koers heeft gevolgd en een voorname diplomatieke rol heeft gespeeld in de Europese oppositie tegen de Franse koning Lodewijk XIV. Uiteindelijk komt Engeland in de 18e eeuw als lachende derde uit de bus kwam. Zowel de Nederlanden als Frankrijk zijn financieel uitgeput. Van Beuningen, dan in de vroedschap van Amsterdam, probeert in 1675 een politiek te volgen van overleg met Lodewijk XIV.



SPINOZA, AMSTERDAM EN DE REPUBLIEK
Op een gegeven moment gaat Spinoza (volgens mij, MB) ook invloed uitoefenen op de politiek in de Republiek. de vooravond van de Franse inval laat Spinoza in 1665 zijn werk naar de vraag 'hoe moet ik leven?', de Ethica, liggen en begint aan een werk over de verhouding tussen godsdienst en staat: het Theologisch Politiek Tractaat. Hij neemt hierin de in Amsterdam ontstane situatie, 'Amsterdam deze voortreffelijke stad', als voorbeeld  voor een algemener tractaat  over een wenselijke verhouding tussen godsdienst, staat en wetenschap. Het is (volgens mij, MB) onwaarschijnlijk dat Spinoza en zijn welgeïnformeerde vrienden niet van de Franse plannen en inval op de hoogte waren en dat Spinoza met het werk niet een rol heeft willen spelen in de politieke situatie van het moment. Het TPT lijkt een oproep om de rijen te sluiten en de vrijheid van denken die na de Opstand in de Republiek was ontstaan te verdedigen.



Inhoudelijk sluit de TPT aan bij de afspraken die in het pact tussen de Zeven Verenigde Nederlanden (de verdragsvorm die was ontstaan na de Unie van Utrecht (1579), de Acte van Verlatinghe (1581) en het pact van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588-1795)). Bij de afspraken behoort dat de  provincies een kerkelijke afvaardiging sturen naar Den Haag, hetzij gereformeerd, hetzij katholiek. Op de punten van defensie, belastingen en godsdienstvrijheid hadden deze een pact gevormd en daarmee hun eigen macht overgedragen aan een hoger collectief. De machtshebbers daarin kunnen namens de leden alles doen, wat zij noodzakelijk achten voor de defensie. De leden zijn ook gehouden de benodigde gelden bijeen te brengen.

De_haagse_postwagen


De POSTKOETS (gevelsteen Singel 74, links) rijdt vanaf 1661 tweemaal per dag van Amsterdam naar Den Haag en terug. Dit maakt een snelle briefwisseling mogelijk.


Spinoza past een vorm van wetenschappelijk-logisch redeneren toe op de menselijke organistaievorm 'de staat' en zoekt naar factoren die bijdragen aan een vredige en veilige staat tegenover staatsvormen, die dat juist niet hebben. In kleinere kring was deze vorm van redeneren ontstaan, met name de wiskundigen van het 'meetkundig gezelschap' van de Leidse hoogleraar Frans Van Schooten (1615-1660) passen rekenkundige modellen toe op menselijke situaties.


valkenier_verwerd_europa_Deze redeneertrant toegepast op Europese staten is ook te vinden in 't VERWERD EUROPA' (1675) van Petrus Valkenier, waarin hij van de verschillende staten nauwkeurig de krachtsfactoren aangeeft met het oog op een te verwacht verloop van oorlogen. De begrippen zijn verwant aan die van Spinoza en de la Court. De redeneerwijze staat dichterbij die van Spinoza omdat hij morele factoren, menselijke waarden, meeneemt als krachten. Een belangrijke factor in de Nederlanden is dat de Nederlanders na de Opstand waarde zijn gaan hechten aan vrijheden: gewetensvrijheid, vrijheid van denken. Hij denkt dat (sommige) Nederlanders deze belangrijker vinden dan hun eigen leven. In de lijn met de natuurfilosofie van Hugo de Groot vindt hij dat een staat alles mag doen om zichzelf te verdedigen (dit is een natuurrecht), maar dat een vergroting van invloed met instemming van de andere partij moet gebeuren, bij voorbeeld dat er een verbond wordt gesloten. Hij pleit tegelijkertijd voor één bevoorrechte kerk (dit is overeenkomstig de situatie zoals die in de Republiek bestond). Dit kan ermee te maken hebben dat hij van mening is dat de morele kracht in oorlogstijd daarvan krachtiger kan zijn dan van versnipperde kerken. De precieze inhoud van een geloof is eigenlijk minder belangrijk, aangezien het toch draait om kernwaarden van die samenleving. Achter de schermen van de grote politiek heeft Valkenier veel invloed gehad door zijn invloed als adviseur op Willem III en ander politici.



THEOLOGISCH POLITIEK TRACTAAT

TPTMogelijk laat Spinoza zijn werk aan de Ethica dus even liggen vanwege toename van de oorlogsdreiging, die in 1672 met hun inval Utrecht zullen innemen. Het past bij zijn denken om hieraan ook iets te willen dòèn (met op 'praxis'-gerichte woorden; zie over TPT en praxis de close-reading van Roothaan). Verder speelt een rol, dat hij in een bedreigende situatie is komen te verkeren toen hij door vertegenwoordigers van de gereformeerde kerk in zijn wooonplaats Voorburg publiekelijk 'een gevaarijk instrument van de republiek' was genoemd en ziet hij zich genoodzaakt zich te verweren. Aan Oldenburg schrijft hij: 'De mening die het gewone volk over mij koestert, dat niet ophoudt mij van atheïsme te beschuldigen; ik voel me gedrongen ook die gedachte af te wenden zoveel als mogelijk is'. Het is de vraag of Spinoza het achterste van de tong laat zien bij deze goede Duits-Engelse vriend, die ook diplomaat is. Andere redenen zouden kunnen zijn dat auteurs uit zijn omgeving, de gebroeders de la Court, Van den Ende en door het werk van Hobbes op dat moment veel aandacht geven aan de Staat en de verhouding tussen godsdienst en staat. Van van den Ende is bekend dat hij zich toen al ongerust maakte over de oorlogsdreiging (mogelijk alleen die van Engelse zijde).

Het omvangrijke werk wordt in 1670 gepubliceerd. De Voorrede geeft de bedoeling aan (samenvatting van F. Akkerman). Ondanks de weerstand die het opriep, is het goed mogelijk dat het boek ook al een positieve uitwerking heeft gehad in de periode waarin het is geschreven. De nodige financiële bijdragen voor de strijd om de vrijheid tegen de Fransen zijn geleverd, ook vanuit 'pacifistisch'-geörienteerde kringen waarmee Spinoza en zijn uitgever veel contact hadden. Misschien heeft het invloed gehad op Petrus Valkeniers ' 't Verwerd Europa (1675)'. Dit werk beïnvloedde Willem III en andere invloedrijke politici (zie boven).

In de TPT wordt herhaaldelijk verwezen naar Alexander de Grote in kritische zin. Hj zal hiermee indirect verwezen hebben naar Lodewijk XIV. Om op deze manier  indirect te verwijzen was heel gebruikelijk bij het theater en in de visuele kunsten. Via voorbeelden uit de Oudheid of uit de bijbel werd commentaar gegeven op actuele omstandigheden die niet met name werden genoemd, maar door de kijker makkelijk werden herkend.



Strijdheroiek_le_BrunAlexander de Grote was het voorbeeld dat Lodewijk XIV de mensen voor ogen hield. Lodewijk’s lievelingsschilder Charles le Brun, die in het Louvre naast de 'Zonnekoning' Lodewijk XIV staat uitgebeeld,verheerlijkte het sneuvelen in de strijd voor een vorst (links) op de 'ALEXANDERSCHILDERIJen (1660-1665)', die hij in opdracht van Lodewijk XIV maakte. Door de mensen deze schilderijen te laten zien, kon Lodewijk XIV zichzelf laten vergelijken met Alexander 'de Grote'.


In het Politiek Theologisch Tractaat (TPT, 17.6) bespreekt Spinoza de wijze waarop Alexander de Grote zichzelf vergoddelijkt om zo zijn eigen doelen na te streven en als een tiran te kunnen regeren. 'Laat de mensen mij maar zien als een halve God', mompelt Alexander, 'ze zullen zich voor míjn belang inzetten en dit vóór hun eigen belang laten gaan'. Spinoza bepleit in zijn hele werk juist dat mensen hun eigen (gemeenschappelijke) belang nastreven en heeft daarom voorkeur voor een democratie en niet voor een monarchie.



OVERZICHT 16e en 17e eeuwse ontwikkelingen in Amsterdam en de Republiek EN SPINOZA'S FILOSOFIE (samenvatting)
De Opstand tegen de Spanjaarden had een gevoel van individuele eigenwaarde gebracht. Van in staat worden gesteld zelf te kunnen denken. In de eigen taal de bijbel lezen. Als men zich voorstelt wat voor een hoog technisch niveau breed gedeeld aanwezig moet zijn geweest bij deze mensen, die hun eigen molens bouwden, de zeeën met hun schepen konden bevaren, boomstammen haalden uit verre streken om daarop prachtige huizen te bouwen, die mooi geïllustreerde boeken maakten en originele schilders voortbrachten, naar wier werk we nu nog graag kijken, dan begrijpt men de brede behoefte aan meer kennis.


De beeldenstorm heeft er toe geleid dat in de niet-Katholieke kerken veel plaats is voor licht en weinig voor beelden, die als afleidend worden beschouwd voor waar het werkelijk om draait (Spinoza benoemde die kernen in definities en essenties; hij en zijn vrienden schrijven veel over licht en proberen ook natuurkundig te ontraadselen wat licht is).


De ontwikkeling van de wiskundige en natuurkundige wetenschappen bracht met zich mee dat deze wetenschappers zich vaak niet meer konden vinden in de bestaande ideeën over God. Maar moeder de vrouw gelooft vaak wel op de traditionele wijze. En de wetenschappers zien ook wel in dat de godsdienst en kerk de mensen begeleiden op hun levenspad. Simon Stevin schrijft hier al in 1590 over: dat mannen van de wetenschap misschien niet meer in God geloven, maar dat zij zich uiterlijk tmoeten gedragen alsòf en dat vrouwen en kinderen zouden moeten worden aangemoedigd in geloof. Met bijbelse verhalen als voorbeelden kunnen kinderen leren 'hoe te leven'. (Over de verhouding tussen traditioneel en/of Natuur(-wetenschappelijk) Godsbeeld  schrijft Spinoza uitgebreid).


Helden van de Opstand en het eigen denken (b.v. Coornhert), die de gevangenis hadden gekend, hadden hun geloof niet verloren. In tegendeel lijkt het. Om hun eigen weg te gaan en tegen de stroom in te roeien, was een individueel spiritualisme waarschijnlijk onontbeerlijk geweest. Je ziet dit eigenlijk erg vaak: geen ontkenning van de godsdienst en de bij de godsdienst horende emoties, maar wel maakt men zich voor zichzelf los van de traditionele godsbeelden.


Volgens Schama hechtten de Nederlanders ten tijde van de Republiek zeer aan het gezinsleven. En zag dit er in de ogen van buitenlanders bijzonder uit: de kinderen mochten boefjes zijn en werden meer dan in andere landen geknuffeld. Bekend is dat Comenius met zijn ideeën over onderwijs veel achting kreeg. Deze besteedde veel aandacht aan de ontwikkeling van het denken van het jonge kind door de derde kennissoort (de intuïtieve kennis, die ook bij Spinoza belangrijk is), waarbij zowel de emotionele ontwikkeling als kennis van de natuur belangrijk elementen zijn.

Ons leven is een schip, 

'd Weerelt is de zee,

'd Bybel 't peylcompas 

Maer 't Hemelryk de Ree.

HUGO DE GROOT



Meer en meer wordt ook gedacht over 'verstandig', 'meetkundig', leven en samenleven. Samenleven volgens natuurlijke principes, waarbij het specifiek menselijke het denken is. Door te denken begrijpt men zichzelf beter, ziet men in dat emoties er zijn om zichzelf in een natuurlijke goede richting te sturen. Het voelt goed te zien dat een ander net zo gelukkig is als jezelf. Dus is dat ook belangrijk om de energie op te richten. Belangrijk hierin is o.a. Hugo de Groot: het is een natuurrecht zich te verdedigen, maar verstandig niet aan te vallen ('de Rede beveelt vrede aan in plaats van oorlog'). Dit komt terug bij mensen met politieke invloed, zoals bij Amsterdamse burgemeesters en bij voorbeeld bij de rijke wapenhandelaarsfamilie de Geer. Dergelijke gedachten komt men ook tegen in Ethica V).


'Al wat geschapen is, streckt tot zyn behoudenisse. Tot behoudenisse van alle gheheel voordert de eendracht der deelen de gheheels. Dit gheheel is hier de menselycke nature, waar af elck mensch een deelken is. Als dan elck mensch doet zo hy ghaarne ghedaan ware, zo wordt niemand veronghelykt.’ 
D.V. Coornhert


'De mens niet is ontvangen en geboren in zonde, maar in goedheid. Hij is niet voorbestemd tot eeuwige zaligheid of verdoemenis, maar hij kan, met Christus' genade, door eigen toedoen volmaakt worden, op aarde nog. Daarvoor is nodig dat hij zich oefent in het goede en met vrije wil zijn leven voortdurend ten goede stuurt. De vrije wil zal de beste beslissingen nemen als zij zich kan baseren op een waar en oprecht oordeel. Als het oordeel goed is, dan is de gehele mens goed. Wanneer is dat het geval? Als het oordeel zich laat leiden door de 'overste reden' en de 'ware wetenschap' .
D.V. Coornhert

BRONNEN EN LITERATUUR LINKER- EN RECHTERPAGINA SPINOZAWANDELING

OVER DE AUTEUR

Ons kindsheids  kercke-kinder-leer 
Die hield alleen van noode Het Vader ons, 

't Gheloof niet meer, Beendyst en Tien gheboden. 

Och, laat ons noch hier blyven by, 
Dees woord-twist stellen aan d'een zy
En 's duyvels list verfoeyen! God is de liefd. 
Dit is het slot. 

Wie in de liefd blijft, blijft in God.
Laat ons in liefde bloeyen.

SPIEGHEL